Kennisbank Hoogstamboomgaard: aanplant en beheer

Een hoogstamboomgaard is een karakteristiek landschapselement, bestaande uit meerdere fruitbomen op een weide, een haag er omheen. De eerste zijtakken groeien op minimaal 180 centimeter boven de grond uit de stam. 

Op alle boerenerven werd hoogstamfruit geteeld, vaak allerlei verschillende soorten fruit, zoals, kers, pruim, appel en peer. Dit waren vaak hoogstamfruitbomen, die nog altijd op vele erven zijn terug te vinden. Doordat de bomen hoog waren, kon er onder nog vee lopen, zo werd er maximaal gebruik gemaakt van de ruimte. Bij kleine boerderijtjes stonden er vaak maar een paar bomen, andere boerderijen hadden een echte boomgaard. 

Steenuilen en bijen

Op vruchtbare gronden langs de rivieren zijn grote boomgaarden aangelegd met veel bomen van dezelfde soort. Hier werd niet alleen voor eigen gebruik fruit geteeld, maar ook voor de verkoop.

Met het behoud en de uitbreiding van hoogstamboomgaarden draag je bij aan een geschikte leefomgeving voor diverse diersoorten zoals steenuilen en bijen.

Aanleg

Hoogstambomen kunnen meer dan 10 meter hoog en breed worden. Het is daarom belangrijk bij aanplant de fruitbomen op ruime afstand van elkaar te planten. Plant daarom appelbomen minstens 10 meter uit elkaar, peren en kersen 8 meter en pruimen 6 meter uit elkaar. Voor het planten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Snoei de jonge boom meteen na de aanplant.

Beheer

  • Vormsnoei

De vormsnoei is vooral belangrijk bij de jonge bomen. Elke soort heeft zijn eigen specifieke vorm.

  • Onderhoudssnoei

Fruitbomen kunnen het beste jaarlijks gesnoeid worden. Het gaat daarbij om vervanging van minder vitaal, afgedragen vruchthout, het verwijderen van ziek hout en het verwijderen van verkeerd geplaatste nieuwe scheuten.

Aanleg en beheer van hoogstamboomgaard